|

Gezonde klauwen dragen de melk...
Benen en klauwen zijn de basis voor het goed functioneren van de koe. Wanneer een koe gevoelige klauwen heeft zal ze minder lopen. Ze gaat hierdoor minder vaak naar het voerhek dan nodig is waardoor de weerstand, activiteit (denk aan tochtigheid) en melkproductie daalt. Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op klauwgezondheid: huisvesting, klimaat, voeding, infecties en stofwisseling. U als veehouder kunt hierin een belangrijke bijdrage leveren.
Klauwaandoeningen uiten zich in de vorm van kreupelheid. Veel klauwaandoeningen komen echter pas bij het bekappen aan het licht. Klik hier voor een prachtige presentatie over klauwgezondheid
en hier voor een (Engelstalig) artikel over de samenhang tussen klauwgezondheid en melkproductie.
Verschijnselen
Het bekendste verschijnsel van klauwaandoeningen is kreupelheid. Vaak zijn de verschijnselen echter minder duidelijk, ontstaat de kreupelheid met minder makkelijk bewegen, etc. Koeien met slechte klauwen blijven meer liggen, laten zich dikwijls aan de kant zetten bij het voerhek of de drinkbak, verbruiken meer onderhoudsvoer, vertonen minder duidelijke tochtigheidssymptomen etc. Andere aanwijzingen voor klauwproblemen zijn een schuifelende gang, het steeds afwisselend belasten van de benen en een afwijkende stand van de klauwen (koehakkige of bodemnauwe stand, op de punt staan).
Diagnose van klauwaandoeningen
Bij klauwaandoeningen kunnen zowel het hoorn zelf aangetast zijn als de huid op de overgang van huid en hoorn (de kroonrand). Het bekendste verschijnsel is kreupelheid. Vaak zijn de verschijnselen echter minder duidelijk en worden de klauwaandoeningen pas bij het bekappen zichtbaar.
Bij klauwaandoeningen onderscheiden we primaire en secundaire aandoeningen. Primaire klauwaandoeningen ontstaan als gevolg van een infectie of fouten in de voeding of huisvesting. Secundaire klauwaandoeningen komen voort uit primaire klauwproblemen.
Primaire klauwaandoeningen
Hierbij onderscheiden we besmettelijke en niet-besmettelijke klauwaandoeningen. De belangrijkste besmettelijke aandoeningen zijn:
Ziekte van Mortellaro Stinkpoot Tussenklauwonsteking
De belangrijkste niet-besmettelijke aandoeningen zijn:
Zoolbloedingen Chronische bevangenheid Secundaire klauwaandoeningen
Aanpak van klauwaandoeningen
Bij het behandelen van klauwaandoeningen maken we onderscheid tussen individuele behandeling en koppelbehandeling.
Kreupele koeien individueel behandelen
Als er een koe kreupel wordt, is het noodzakelijk de koe zo spoedig mogelijk te (laten) behandelen. Hoe eerder dit gebeurt, des te sneller de koe zal herstellen en worden ernstige gevolgen, zoals een ontstoken klauw, dikke hak, mastitis, productiedaling of vermagering voorkomen.
Therapeutisch bekappen
Met uitzondering van tussenklauwontsteking, dat met antibiotica moet worden behandeld, begint de behandeling van een kreupele koe met zorgvuldig en vakkundig therapeutisch pedicuren. Als Mortellaro aanwezig is dan moet na het bekappen de klauw goed droog en schoon worden gemaakt en behandeld met een antibioticum bevattende spray, gevolgd door één keer per twee weken een voetbad. Lees verder bij 'Voetbaden tegen Mortellaro'.
Preventie Klauwproblemen komen vaak pas aan het licht als het echt mis is. Een koe is kreupel of er wordt tijdens het koppelbekappen een ernstige afwijking geconstateerd. Schade door tegenvallende prestaties en door behandelkosten is dan al niet meer te voorkomen. Klauwproblemen komen echter nooit zomaar uit de lucht vallen. Veel afwijkingen zijn besmettelijk en sluimeren vaak al jaren op het bedrijf. Preventieve maatregelen zijn dan ook belangrijk voor een goede klauwgezondheid.
Klauwenbad Een goed klauwenbad heeft een genezende en preventieve werking op stinkpoot en een preventieve werking op Mortellaro. Laat de koeien daarom één keer per twee weken, 1 dag (twee opeenvolgende melkmalen) door een regulier klauwenbad lopen of maak het bad tot een dagelijkse routine met een automatisch systeem. Voetbaden zijn alleen nuttig bij juist gebruik.
Voeding en klauwproblemen
Stoornissen in de stofwisseling beïnvloeden de hoornkwaliteit van de klauw en kunnen leiden tot zoolbloedingen en chronische klauwbevangenheid. Let bij de voeding op de volgende zaken:
zorg voor voldoende structuur in het rantsoen. Kuilgras dat arm is aan ruwe celstof (< 225) en te fijn gehakselde snijmaïs (<0,8 cm) kunnen problemen geven; de koeien moeten dag en nacht over goed ruwvoer kunnen beschikken; zorg ervoor dat het rantsoen niet te veel eiwit bevat. Een graadmeter voor de verwerking van eiwit is het ureumgehalte van de tankmelk (norm: 20-25); mineralen moeten in de juiste hoeveelheid aanwezig zijn in het rantsoen; probeer de overgangen rond het droogzetten en het opstarten na het afkalven zo geleidelijk mogelijk te houden.
|